Op schoolkamp kan het zijn dat we met elkaar activiteiten doen in onze vrije tijd.
Ik wil graag weten hoe ik aan deze sociale activiteiten met anderen mee kan doen.
Op schoolkamp kan het zijn dat we met elkaar activiteiten doen in onze vrije tijd.
Ik wil graag weten hoe ik aan deze sociale activiteiten met anderen mee kan doen.
A.
Ik heb zelf iets bedacht en wil aan anderen vragen of zij met mij mee willen doen.
Stap 1
Ik heb bijvoorbeeld zin om te voetballen en vraag aan een ander of hij ook zin heeft om te voetballen.
Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Bart, ik heb zin om te voetballen.'
(Invullen wat ik zeg)
Daarna vraag ik: ‘Heb jij ook zin om te voetballen?'
(Invullen wat ik vraag)
A.
Ik heb zelf iets bedacht en wil aan anderen vragen of zij met mij mee willen doen.
[b]Stap 1[/b]
Ik heb bijvoorbeeld zin om te voetballen en vraag aan een ander of hij ook zin heeft om te voetballen.
Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Bart, ik heb zin om te voetballen.'
[i](Invullen wat ik zeg)[/i]
Daarna vraag ik: ‘Heb jij ook zin om te voetballen?'
a. Wanneer de ander ook zin heeft om te voetballen, vragen we samen of er nog meer mensen zijn die mee willen doen.
b. Wanneer de ander geen zin heeft om te voetballen, ga ik naar iemand anders toe en stel dezelfde vraag als bij stap 1.
[b]Stap 2[/b]
a. Wanneer de ander ook zin heeft om te voetballen, vragen we samen of er nog meer mensen zijn die mee willen doen.
b. Wanneer de ander geen zin heeft om te voetballen, ga ik naar iemand anders toe en stel dezelfde vraag als bij stap 1.
a. Wanneer er een aantal mensen zijn die zin hebben om te voetballen gaan we met elkaar voetballen.
b. Wanneer niemand zin heeft om te voetballen, vraag ik aan een ander, wat hij wel wil doen.
Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Waar heb je wel zin in om te doen?'
(Invullen wat ik vraag)
Als ik ook mee wil doen met wat de anderen gaan doen, zeg ik bijvoorbeeld: ‘Ik wil ook graag meedoen.'
(Invullen wat ik zeg)
[b]Stap 3[/b]
a. Wanneer er een aantal mensen zijn die zin hebben om te voetballen gaan we met elkaar voetballen.
b. Wanneer niemand zin heeft om te voetballen, vraag ik aan een ander, wat hij wel wil doen.
Ik zeg bijvoorbeeld: ‘Waar heb je wel zin in om te doen?'
[i](Invullen wat ik vraag)[/i]
Als ik ook mee wil doen met wat de anderen gaan doen, zeg ik bijvoorbeeld: ‘Ik wil ook graag meedoen.'
Ik wacht tot de ander mij gehoord heeft en naar mij kijkt.
Als de ander niet naar mij kijkt, heeft hij mij misschien niet gehoord.
Ik roep zijn naam nog een keer.
[b]Stap 3[/b]
Ik wacht tot de ander mij gehoord heeft en naar mij kijkt.
Als de ander niet naar mij kijkt, heeft hij mij misschien niet gehoord.
Ik roep zijn naam nog een keer.