Stap 2
Ik denk na over welke activiteit ik graag met de ander wil gaan doen.
Ik probeer er rekening mee te houden dat ik iets verzin dat mijn vriend ook leuk vindt om te doen.
[b]Stap 2[/b]
Ik denk na over welke activiteit ik graag met de ander wil gaan doen.
Ik probeer er rekening mee te houden dat ik iets verzin dat mijn vriend ook leuk vindt om te doen.
Stap 3
Als ik mijn vriend op school zie, dan vraag ik of hij zin en tijd heeft om iets met mij te gaan doen. Zie ik hem niet, dan kan ik hem bellen of stuur ik een sms-bericht.
Ik vraag bijvoorbeeld: âHeb je zin om straks iets met mij te gaan doen? Naar het buurtplein bijvoorbeeld?â
(vraag invullen)
[b]Stap 3[/b]
Als ik mijn vriend op school zie, dan vraag ik of hij zin en tijd heeft om iets met mij te gaan doen. Zie ik hem niet, dan kan ik hem bellen of stuur ik een sms-bericht.
Ik vraag bijvoorbeeld: ‘Heb je zin om straks iets met mij te gaan doen? Naar het buurtplein bijvoorbeeld?’
Stap 7
Ik ben op de afgesproken tijd op de afgesproken plaats.
Als ik denk dat ik te laat kom, dan bel ik mijn vriend om hem dit te laten weten.
[b]Stap 7[/b]
Ik ben op de afgesproken tijd op de afgesproken plaats.
Als ik denk dat ik te laat kom, dan bel ik mijn vriend om hem dit te laten weten.