s
STAPPENPLAN   HELPEN VAN BRUSSEN


1
B I U
Ik vraag mijn broer(tje) en/of zus(je) of ik ergens mee kan helpen.
Ik vraag mijn broer(tje) en/of zus(je) of ik ergens mee kan [b]helpen[/b].
2
B I U
Stap 1
Ik vraag mijn broer(tje) en/of zus(je) of ik ergens mee kan helpen.

(invullen wat ik vraag)
[b]Stap 1[/b]
Ik vraag mijn broer(tje) en/of zus(je) of ik ergens mee kan helpen.

([i]invullen wat ik vraag[/i])
3
B I U
Stap 2
A. Mijn broer(tje) en/of zus(je) geeft aan hulp nodig te hebben.
[b]Stap 2[/b]
A. Mijn broer(tje) en/of zus(je) geeft aan hulp nodig te hebben.
4
B I U
B. Mijn broer(tje) en/of zus(je) geeft aan geen hulp nodig te hebben.
B. Mijn broer(tje) en/of zus(je) geeft aan geen hulp nodig te hebben.
5
B I U
Stap 3
A. Ik vraag waar ik mee kan helpen en voer het vervolgens uit.
[b]Stap 3[/b]
A. Ik vraag waar ik mee kan helpen en voer het vervolgens uit.
6
B I U
B. Ik benoem dat mijn broer(tje) en/of zus(je) mij mogen opzoeken als ze hulp van mij nodig hebben.
B. Ik benoem dat mijn broer(tje) en/of zus(je) mij mogen opzoeken als ze hulp van mij nodig hebben.
7
B I U
Stap 4
Ik kan vragen aan mijn broer(tje) en/of zus(je) of ik ook bij hen terecht kan als ik hulp nodig heb.
Bijvoorbeeld: 'Kan ik jou ook opzoeken als ik jouw hulp nodig heb?'

(invullen wat ik zeg)
[b]Stap 4[/b]
Ik kan vragen aan mijn broer(tje) en/of zus(je) of ik ook bij hen terecht kan als ik hulp nodig heb.
Bijvoorbeeld: 'Kan ik jou ook opzoeken als ik jouw hulp nodig heb?'

([i]invullen wat ik zeg[/i])