Stap 2
Ik bedenk een rustige plek waar ik de kritiek kan geven.
Bijvoorbeeld: Ik geef mijn kritiek op de gang of in een hoek van de ruimte.
Of bijvoorbeeld: Als ik met mijn vriend op zijn kamer aan het gamen ben, kan ik de kritiek gelijk geven.
(invullen waar)
[b]Stap 2[/b]
Ik bedenk een rustige plek waar ik de kritiek kan geven.
Bijvoorbeeld: Ik geef mijn kritiek op de gang of in een hoek van de ruimte.
Of bijvoorbeeld: Als ik met mijn vriend op zijn kamer aan het gamen ben, kan ik de kritiek gelijk geven.
Bijvoorbeeld: 'Ik ben aan het bellen en kan de ander aan de telefoon niet goed verstaan'.
Of bijvoorbeeld: 'Als jij steeds achter de computer zit, kom ik niet aan de beurt om te gamen'.
(invullen waar ik mij aan stoor en waarom)
b. Ik bedenk waarom ik last heb van het gedrag.
Bijvoorbeeld: 'Ik ben aan het bellen en kan de ander aan de telefoon niet goed verstaan'.
Of bijvoorbeeld: 'Als jij steeds achter de computer zit, kom ik niet aan de beurt om te gamen'.
Stap 4
Ik bedenk wat ik van de ander wel graag zou willen zien.
Bijvoorbeeld: 'Als je wat zachter praat, kan ik de ander aan de telefoon beter verstaan'.
Of bijvoorbeeld: 'Ik zou het fijn vinden als we om de beurt 20 minuten achter de computer kunnen'.
(invullen welk gedrag ik graag zou willen zien)
[b]Stap 4[/b]
Ik bedenk wat ik van de ander wel graag zou willen zien.
Bijvoorbeeld: 'Als je wat zachter praat, kan ik de ander aan de telefoon beter verstaan'.
Of bijvoorbeeld: 'Ik zou het fijn vinden als we om de beurt 20 minuten achter de computer kunnen'.
([i]invullen welk gedrag ik graag zou willen zien[/i])