s
STAPPENPLAN   OP SCHOOLKAMP GAAN


1
B I U
We gaan op kamp met school naar Excito. We zijn met z'n allen in de aula samen met de ouders die rijden. De meester/juf vertelt bij wie je in de auto zit. Je loopt naar de ouder toe met wie je meerijdt.
We gaan op kamp met school naar Excito. We zijn met z'n allen in de aula samen met de ouders die rijden. De meester/juf vertelt bij wie je in de auto zit. Je loopt naar de ouder toe met wie je meerijdt.
2
B I U
Je loopt naar de ouder toe. Als je de ouder kent, geef je de ouder een hand en je kan iets vriendelijks zeggen,
Bijv: "Hallo, fijn dat ik mee kan rijden met u".

Als je de ouder nog niet kent, stel je je voor en zeg je je naam, bijv:
"Hallo, ik ben........(naam), fijn dat ik met u mee kan rijden".
Je loopt naar de ouder toe. Als je de ouder kent, geef je de ouder een hand en je kan iets vriendelijks zeggen,
Bijv: "Hallo, fijn dat ik mee kan rijden met u".

Als je de ouder nog niet kent, stel je je voor en zeg je je naam, bijv:
"Hallo, ik ben........(naam), fijn dat ik met u mee kan rijden".
3
B I U
Je loopt met de ouder mee naar de spullen en je pakt je spullen. Als je moeite hebt om alles alleen te dragen, kan je aan de ouder hulp vragen, bijv: "Kunt u mij helpen met het dragen van de spullen?"
Je loopt met de ouder mee naar de spullen en je pakt je spullen. Als je moeite hebt om alles alleen te dragen, kan je aan de ouder hulp vragen, bijv: "Kunt u mij helpen met het dragen van de spullen?"
4
B I U
Je loopt met de ouder mee naar de auto.
Je vraagt waar je je bagage kunt neerleggen.
De ouder geeft een signaal (=teken) of vertelt waar je het neer kunt leggen.

Je loopt met de ouder mee naar de auto.
Je vraagt waar je je bagage kunt neerleggen.
De ouder geeft een signaal (=teken) of vertelt waar je het neer kunt leggen.

5
B I U
Daarna ga je met je groepje instappen, maar je weet nog niet waar je kan/mag zitten. Vraag dit aan de ouder of aan je groepje.
"Waar mag/kan ik zitten?"

Als je voorin wilt zitten, vraag je dat direct, bijv:
"Ik wil graag voorin zitten, mag dat?"

Je luistert goed naar de reactie. Als je voorin mag zitten, ga je daar zitten.
Als het niet mag kan je de reden vragen, bijv: Waarom mag ik daar niet zitten?'

Je kunt ook nog een reden/argument geven waarom je daar wilt zitten.
Als je bijv. wagenziek bent, kan dat prettig zijn.
Dus zeg je: "Ik word dan minder misselijk tijdens het rijden" of "Ik kan beter overzicht krijgen'.
Daarna ga je met je groepje instappen, maar je weet nog niet waar je kan/mag zitten. Vraag dit aan de ouder of aan je groepje.
"Waar mag/kan ik zitten?"

Als je voorin wilt zitten, vraag je dat direct, bijv:
"Ik wil graag voorin zitten, mag dat?"

Je luistert goed naar de reactie. Als je voorin mag zitten, ga je daar zitten.
Als het niet mag kan je de reden vragen, bijv: Waarom mag ik daar niet zitten?'

Je kunt ook nog een reden/argument geven waarom je daar wilt zitten.
Als je bijv. wagenziek bent, kan dat prettig zijn.
Dus zeg je: "Ik word dan minder misselijk tijdens het rijden" of "Ik kan beter overzicht krijgen'.
6
B I U
Als iedereen is ingestapt, kun je in de auto gezellig met elkaar praten.
Je start een praatje door bijv. te zeggen:
"Waar woont u?"
of
"Weet u waar het is?"
of
"Ben je al eerder op kamp geweest?" - Zo ja: "Hoe was het?"
of
"Vind je het spannend om op kamp te gaan?"
of
"Ga je voor het eerst op kamp?"

Als iedereen is ingestapt, kun je in de auto gezellig met elkaar praten.
Je start een praatje door bijv. te zeggen:
"Waar woont u?"
of
"Weet u waar het is?"
of
"Ben je al eerder op kamp geweest?" - Zo ja: "Hoe was het?"
of
"Vind je het spannend om op kamp te gaan?"
of
"Ga je voor het eerst op kamp?"

7
B I U
Als je aankomt, pak je je spullen.
Je loopt naar de ouder om voor het rijden te bedanken, kijk de ouder aan en zeg bijv:
"Bedankt dat ik mee mocht rijden met u".
Als je aankomt, pak je je spullen.
Je loopt naar de ouder om voor het rijden te bedanken, kijk de ouder aan en zeg bijv:
"Bedankt dat ik mee mocht rijden met u".