s
STAPPENPLAN   NAAR EEN FEESTJE OP HET WERK GAAN


1
B I U
Op het werk is er een feestje voor een collega.
Ik ga er naartoe.
Op het werk is er een feestje voor een collega.
Ik ga er naartoe.
2
B I U
Stap 1
Ik zorg van tevoren voor een persoonlijke boodschap voor de collega voor wie het feestje is georganiseerd.
[b]Stap 1[/b]
Ik zorg van tevoren voor een persoonlijke boodschap voor de collega voor wie het feestje is georganiseerd.
3
B I U
A. Ik koop zelf een cadeau.

Bijvoorbeeld een leesboek of een fles wijn.
A. Ik koop zelf een cadeau.

Bijvoorbeeld een leesboek of een fles wijn.
4
B I U
B. Ik koop een kaart.
Ik schrijf hier een vriendelijke tekst op.

Bijvoorbeeld: 'Bedankt voor de fijne samenwerking. Ik wens je veel geluk in je nieuwe baan.'

(Invullen wat ik schrijf)
B. Ik koop een kaart.
Ik schrijf hier een vriendelijke tekst op.

Bijvoorbeeld: 'Bedankt voor de fijne samenwerking. Ik wens je veel geluk in je nieuwe baan.'

([i]Invullen wat ik schrijf[/i])
5
B I U
C. Een andere collega zamelt geld in voor een gezamenlijk cadeau.
Ik vraag welk bedrag gebruikelijk is om te geven.
Ik geef geld aan de collega voor het cadeau.
C. Een andere collega zamelt geld in voor een gezamenlijk cadeau.
Ik vraag welk bedrag gebruikelijk is om te geven.
Ik geef geld aan de collega voor het cadeau.
6
B I U
Stap 2
Ik zorg dat ik weet waar het feestje is en hoe laat het begint. Ik kan dit nakijken op de uitnodiging of navragen bij een collega.

Het feestje is (locatie invullen).
Het feestje begint om (tijd invullen).
[b]Stap 2[/b]
Ik zorg dat ik weet waar het feestje is en hoe laat het begint. Ik kan dit nakijken op de uitnodiging of navragen bij een collega.

Het feestje is ([i]locatie invullen[/i]).
Het feestje begint om ([i]tijd invullen[/i]).
7
B I U
Stap 3
Ik ben op de aangegeven begintijd aanwezig.
Bij aankomst begroet ik kort de collega die afscheid neemt.
[b]Stap 3[/b]
Ik ben op de aangegeven begintijd aanwezig.
Bij aankomst begroet ik kort de collega die afscheid neemt.
8
B I U
Bijvoorbeeld: ik maak oogcontact en geef een knikje met mijn hoofd.
Bijvoorbeeld: ik maak oogcontact en geef een knikje met mijn hoofd.
9
B I U
Bij een meer officieel afscheid kan ik een hand geven.
Bij een meer officieel afscheid kan ik een hand geven.
10
B I U
Stap 4
Ik zoek een plek op in de ruimte waar ik prettig kan staan of zitten. Dit kan ik alleen doen, maar ik kan ook bij een collega gaan zitten met wie ik graag werk.
[b]Stap 4[/b]
Ik zoek een plek op in de ruimte waar ik prettig kan staan of zitten. Dit kan ik alleen doen, maar ik kan ook bij een collega gaan zitten met wie ik graag werk.
11
B I U
Stap 5
De leidinggevende houdt een toespraak.
Ik luister goed en ben stil. Als de toespraak is afgelopen, kan ik weer praten.
[b]Stap 5[/b]
De leidinggevende houdt een toespraak.
Ik luister goed en ben stil. Als de toespraak is afgelopen, kan ik weer praten.
12
B I U
Stap 6
Als de anderen iets te drinken pakken, dan kan ik dit ook doen.
[b]Stap 6[/b]
Als de anderen iets te drinken pakken, dan kan ik dit ook doen.
13
B I U
Stap 7
Ik kan een praatje maken met een collega. Ik kan ook alleen luisteren en wat drinken en eten.
[b]Stap 7[/b]
Ik kan een praatje maken met een collega. Ik kan ook alleen luisteren en wat drinken en eten.
14
B I U
Stap 8
Ik wacht tot alle toespraken en liedjes voorbij zijn.
[b]Stap 8[/b]
Ik wacht tot alle toespraken en liedjes voorbij zijn.
15
B I U
Stap 9
Ik zie dat andere collega's afscheid nemen van de collega voor wie het feestje is.
Ik neem dan ook afscheid.
[b]Stap 9[/b]
Ik zie dat andere collega's afscheid nemen van de collega voor wie het feestje is.
Ik neem dan ook afscheid.
16
B I U
Ik geef de collega een hand en zeg bijvoorbeeld: 'Ik wens je veel geluk in je nieuwe baan.'

(Invullen wat ik zeg)
Ik geef de collega een hand en zeg bijvoorbeeld: 'Ik wens je veel geluk in je nieuwe baan.'

([i]Invullen wat ik zeg[/i])