d
VERHAAL   EEN GESPREK VOEREN TIJDENS HET WERKEN


1
B I U
Een gesprek met een collega kan prettig zijn. Het is goed voor de sfeer op het werk.
Een gesprek met een collega kan prettig zijn. Het is goed voor de sfeer op het werk.
2
B I U
Tijdens de pauze voeren collega's vaak gesprekken met elkaar.
[b]Tijdens de pauze[/b] voeren collega's vaak gesprekken met elkaar.
3
B I U
Het kan ook dat een collega mij aanspreekt tijdens het werken.
Het kan ook dat een collega mij aanspreekt tijdens het werken.
4
B I U
Het gesprek zal dan gaan over een onderwerp dat met het werk te maken heeft. Collega's kunnen elkaar zo bijvoorbeeld ergens mee helpen.
Het gesprek zal dan gaan over een onderwerp dat met het werk te maken heeft. Collega's kunnen elkaar zo bijvoorbeeld ergens mee helpen.
5
B I U
Het kan ook dat het gesprek helemaal niet over het werk gaat. Het gesprek gaat dan bijvoorbeeld over hobby's of een programma dat op de televisie is geweest.
Het kan ook dat het gesprek helemaal niet over het werk gaat. Het gesprek gaat dan bijvoorbeeld over hobby's of een programma dat op de televisie is geweest.
6
B I U
Ik wil graag weten hoe ik tijdens het werken een gesprek met een collega kan beginnen.
Ik wil graag weten hoe ik tijdens het werken een gesprek met een collega kan beginnen.
7
B I U
Als een collega tijdens het werken een vraag komt stellen of een verhaal wil vertellen, vindt hij het prettig dat ik naar hem luister.
Als een collega tijdens het werken een vraag komt stellen of een verhaal wil vertellen, vindt hij het prettig dat ik naar hem luister.
8
B I U
Dat betekent dat ik stop met mijn werkzaamheden. Daarmee laat ik merken dat ik aandacht heb voor mijn collega en naar hem kan luisteren.
Dat betekent dat ik stop met mijn werkzaamheden. Daarmee laat ik merken dat ik aandacht heb voor mijn collega en naar hem kan luisteren.
9
B I U
Ik maak oogcontact als ik dit kan en durf. Ik richt mijn gezicht in ieder geval naar mijn collega.
Ik maak [b]oogcontact[/b] als ik dit kan en durf. Ik richt mijn gezicht in ieder geval naar mijn collega.
10
B I U
Ook luister ik goed naar mijn collega. Ik probeer zijn vragen te beantwoorden en mijn collega zo goed mogelijk te helpen. Ik toon belangstelling wanneer mijn collega iets vertelt. Bijvoorbeeld door een vraag over het onderwerp te stellen.
Ook [b]luister[/b] ik goed naar mijn collega. Ik probeer zijn vragen te beantwoorden en mijn collega zo goed mogelijk te helpen. Ik toon belangstelling wanneer mijn collega iets vertelt. Bijvoorbeeld door een vraag over het onderwerp te stellen.
11
B I U
Het kan dat het mij niet goed uitkomt om tijdens het werken een gesprek te voeren.
Ik heb het bijvoorbeeld druk, omdat er een opdracht af moet.
Of ik vind het niet prettig om mijn werk te onderbreken.
Het kan dat het mij niet goed uitkomt om tijdens het werken een gesprek te voeren.
Ik heb het bijvoorbeeld druk, omdat er een opdracht af moet.
Of ik vind het niet prettig om mijn werk te onderbreken.
12
B I U
Dat is niet erg. Ik kan dit dan tegen de ander zeggen.
Ik kan de ander bijvoorbeeld vragen om later terug te komen. Of ik zeg dat de ander beter naar een andere collega kan gaan.
Dat is niet erg. Ik kan dit dan tegen de ander zeggen.
Ik kan de ander bijvoorbeeld vragen om later terug te komen. Of ik zeg dat de ander beter naar een andere collega kan gaan.
13
B I U
Het kan dat een gesprek niets met het werk te maken heeft. Dat kan prettig of ontspannend zijn.
Het is dan belangrijk om in de gaten te houden dat het gesprek niet te lang duurt.
Wanneer een gesprek te lang duurt of niet goed uitkomt, kan ik aan mijn collega voorstellen om in de pauze verder te praten.
Het kan dat een gesprek niets met het werk te maken heeft. Dat kan prettig of ontspannend zijn.
Het is dan belangrijk om in de gaten te houden dat het gesprek niet te lang duurt.
Wanneer een gesprek te lang duurt of niet goed uitkomt, kan ik aan mijn collega voorstellen om in de pauze verder te praten.
14
B I U
Een gesprek met een collega tijdens het werken kan prettig zijn voor de sfeer op het werk. Ik kan vragen stellen aan collega's, maar ik kan andere collega's ook helpen. Dit kan ik doen door vragen te beantwoorden of door naar hen te luisteren.
Een gesprek met een collega tijdens het werken kan prettig zijn voor de sfeer op het werk. Ik kan vragen stellen aan collega's, maar ik kan andere collega's ook helpen. Dit kan ik doen door vragen te beantwoorden of door naar hen te luisteren.